Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Alinea 95 Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9012.

3.17 Naar volgt uit de door [geïntimeerden] ter onderbouwing van haar verweer overlegde brieven van 17 september 1996 en 1 mei 1997, stonden in de in 3.15 genoemde periodes slechts [geïntimeerde sub 1], [geïntimeerde sub 3] en [geïntimeerde sub 2] als maten vermeld op het briefpapier van de maatschap. Tegen die achtergrond heeft [appellante] haar stelling, dat het briefpapier van de maatschap bij [appellante] het vertrouwen heeft kunnen wekken dat de maatschap mede uit [geïntimeerde sub 4] en [geïntimeerde sub 5] in persoon bestond, onvoldoende onderbouwd. Daarbij geldt ook hier dat niets [appellante] in de weg stond om opheldering over de samenstelling van de toenmalige maatschap te vragen en dat vaststaat dat zij dat niet heeft gedaan, terwijl de maatschap daartoe wel bereid was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7535e660cccad97719efea25347a12e97681d920242c901ddf1fd3fe135793c6, en de alinea staat in dat document op bytes 32603 tot 33416.