Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 december 2011
Alinea 173 Gerechtshof Amsterdam 23 december 2011
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 december 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9237.
Wat betreft de hoogte van de op te leggen geldboete is - uiteraard - bepalend de ernst van het door de verdachte begane feiten. In het onderhavige geval zijn de feiten begaan door een rechtspersoon en is het hof van oordeel dat de oplegging van een geldboete van een mindere dan de zesde categorie aan de ernst van het feiten onvoldoende recht doet. Het hof meent, met de rechtbank dat in de op te leggen geldboete de normschendingen die door de verdachte zijn begaan, tot uitdrukking dienen te komen. Voor een matiging van de boete op grond van de draagkracht van de verdachte bestaat geen aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d51fe8a6ed767eac37d91006f6ab0f98067a3b8b2da77e24ba046d3d28d13711. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d51fe8a6ed767eac37d91006f6ab0f98067a3b8b2da77e24ba046d3d28d13711, en de alinea staat in dat document op bytes 67936 tot 68551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d51fe8a6ed767eac37d91006f6ab0f98067a3b8b2da77e24ba046d3d28d13711 | shasum -a 256