Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011

Alinea 24 Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7208.

2.2 De in verband met de comparitie van partijen over en weer gegeven lezingen omtrent hetgeen zou zijn besproken omtrent het salaris van [appellant] lopen sterk uiteen. Volgens [O. sr.] zal van de kant van [geïntimeerde] tijdens een bespreking met [appellant] op 10 december 2008, waaraan ook zijn zoon [O. jr.], hierna: [O. jr.] en hun accountant [A.] deelnamen, een bedrag zijn genoemd van € 40.000,- (per jaar) ter zake van salaris. Daarop zou de reactie van [appellant] zijn geweest dat er een groot verschil was met het salaris dat hij toen verdiende en dat partijen het er maar over moesten hebben, of woorden van die strekking. Ook zou [appellant] hebben gezegd dat ‘als je ondernemer bent, je de plussen en de minnen moet nemen’. [O. jr.] heeft verklaard dat hij op 28 januari 2009 van [appellant] hoorde hoeveel deze bij zijn toenmalige werkgever verdiende, € 5.445,- per maand. Samen hebben zij toen geconstateerd dat het een groot verschil was. [O. jr.] heeft daarop volgens zijn verklaring gezegd dat het verschil wel groot was maar dat partijen ‘daar wel uit zouden komen’. Wat de reactie hierop van [appellant] was, zo heeft [O. jr.] verklaard, kan hij zich niet herinneren, maar [appellant] heeft hem zeker niet de deur gewezen, zoals in de stukken staat. Partijen zijn uiteengegaan met de afspraak dat [appellant] op 30 januari 2009 op kantoor zou komen om een indruk te krijgen van de gang van zaken aldaar, aldus [O. jr.] Accountant [A.] heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren wat tijdens de bespreking van 10 december 2008 over een eventueel salaris is besproken, maar dat hij wel weet dat dit onderwerp toen is geparkeerd. [appellant], tenslotte, heeft verklaard dat hij tijdens een gesprek met de heren [sr. en jr.] in november 2008, waar de heer [A.] niet bij was, heeft gezegd dat hij bij zijn toenmalige werkgever € 5.445,- per maand verdiende, met acht procent vakantietoeslag, en dat hij bij [geïntimeerde] hetzelfde salaris wilde verdienen. Als dat te duur zou zijn moesten de heren dat maar zeggen. [appellant] hoefde niet weg bij zijn toenmalige werkgever. [sr. en jr.] hebben daar toen niet op gereageerd en daaruit heeft [appellant] afgeleid dat zij – stilzwijgend - ermee hebben ingestemd dat hij dit salaris ook bij [geïntimeerde] zou verdienen. Vervolgens is de hoogte van het salaris niet meer aan de orde gekomen totdat hij [O. jr.] op 28 januari 2009 sprak, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a37f84f704fa28027a710c2bb84509f2ad68d483016edd8932acdd0974f240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a37f84f704fa28027a710c2bb84509f2ad68d483016edd8932acdd0974f240, en de alinea staat in dat document op bytes 6742 tot 9210.