Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011

Alinea 28 Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7208.

2.6 Het hof is van oordeel dat het [geïntimeerde] toen zij op 4 februari 2009 [appellant] meedeelde dat zij de relatie niet wilde voorzetten, niet vrij stond de onderhandelingen af te breken. De volgende feiten en omstandigheden acht het hof in dit verband van belang. Partijen zijn in oktober 2008 in onderhandeling getreden. Zoals hiervoor gememoreerd hebben deze onderhandelingen zich aanvankelijk toegespitst op de participatieovereenkomst. In art. 23 van die overeenkomst is evenwel bepaald dat [appellant] per 1 maart 2009 of zoveel eerder als partijen overeenkomen in dienst zal treden van [geïntimeerde]. Daar komt bij dat [geïntimeerde], zoals in het tussenarrest werd overwogen, in januari 2009 aan haar relaties heeft bekend- gemaakt dat zij het voornemen had met [appellant] te gaan samenwerken, waarbij deze per 1 februari 2009 in dienst zou treden en dat beoogd werd dat [appellant] op een latere datum aandeelhouder zou worden. Of [geïntimeerde] deze mededeling desgevraagd en niet spontaan heeft gedaan, zoals ter comparitie namens haar is verklaard, acht het hof niet van belang. In de stellingen van [appellant] ligt besloten dat hij toentertijd van deze mededelingen op de hoogte was. Verder heeft [appellant] onweersproken gesteld dat in de loop van januari 2009 contacten hebben plaatsgevonden over de aanschaf van een leaseauto, dat hij door [geïntimeerde] is betrokken bij de aanschaf van een injecteermachine voor vis en de bestelling van een partij vis, dat hem een bedrijfstelefoon is ter hand gesteld en dat voor hem laarzen zijn aangeschaft. Tegen de achtergrond hiervan kon [appellant] aan het feit dat [geïntimeerde] in de persoon van [O. jr.] hem op 28 januari 2009 een overeenkomst heeft overhandigd, al was het salaris daarin niet ingevuld, en aan de omstandigheid dat partijen in elk geval ook nadat in dit gesprek was geconstateerd dat over de hoogte van het salaris verschil van mening bestond met elkaar verder zijn gegaan, het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat een arbeidsovereenkomst van enigerlei aard tot stand zou komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a37f84f704fa28027a710c2bb84509f2ad68d483016edd8932acdd0974f240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a37f84f704fa28027a710c2bb84509f2ad68d483016edd8932acdd0974f240, en de alinea staat in dat document op bytes 12057 tot 14154.