Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 december 2011

Alinea 61 Gerechtshof Amsterdam 27 december 2011

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 december 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7902.

3.14. [appellant] heeft bij zijn vierde grief aangevoerd dat, zo begrijpt het hof, het rapport van [Y] buiten beschouwing moet worden gelaten omdat dat is gebaseerd op leugens en verzinsels. [Y] zou de verklaring van taxichauffeur [Z], en van twee politieambtenaren, hebben verzonnen en hij zou niet op de plaats van het ongeval zijn geweest maar op een andere plaats. [Z] is echter door de rechtbank gehoord, terwijl [appellant] niet de gelegenheid heeft genomen om de politieambtenaren te doen horen. Generali heeft voorts, naar aanleiding van een door [appellant] in het geding gebrachte foto, toegegeven dat [Y] op de verkeerde plaats is geweest, waarna de hiervoor genoemde andere deskundigen wel op de juiste plaats zijn geweest. De stellingen van [appellant] over het rapport van [Y] doen dan ook niet af aan het hiervoor overwogene.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e4bb8504f8897e3424e5b928951454c2e98d120bb0fd031fe3092104ef1365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e4bb8504f8897e3424e5b928951454c2e98d120bb0fd031fe3092104ef1365, en de alinea staat in dat document op bytes 23568 tot 24421.