Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012

Onder 4.10. Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:2254.

De zevende grief van de man gaat over de rekening-courantschuld aan [B.V.1] per 30 april 2009. De rechtbank is uitgegaan van een schuld van € 68.724,-. De vrouw heeft in haar verweerschrift als juist erkend dat de rekening-courantschuld is verlaagd met een bedrag van € 29.892,73 door aflossing van het door de besloten vennootschap voorgeschoten schoolgeld aan het Luzac college. De resterende rekening-courantschuld bedraagt derhalve € 38.831,27, waarvan de helft dient te worden bijgedragen door de man. De vrouw stelt echter dat de man vanaf het moment dat hij de echtelijke woning verliet op 11 mei 2009 tot 14 juli 2010 geen enkele financiële bijdrage heeft geleverd in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Dat gegeven maakt, zo begrijpt het hof de stelling van de vrouw, dat de man geen recht heeft op verrekening van het bedrag dat hij op basis van de beschikking van de rechtbank te veel heeft bijgedragen aan de rekening-courantschuld op grond van een dringende verplichting van moraal en fatsoen jegens de kinderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f2e49bb0c04cfe04af586cefd172ff99890fe6e24ec1f9ec03af80a79cb9922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f2e49bb0c04cfe04af586cefd172ff99890fe6e24ec1f9ec03af80a79cb9922, en de alinea staat in dat document op bytes 37981 tot 39045.