Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012
Onder 4.3. Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:2254.
De rechtbank heeft de in een lijfrenteovereenkomst ondergebrachte uittredingsvergoeding, die – aldus de rechtbank – de strekking heeft van een inkomenssuppletie ter vervanging van in de toekomst gederfd inkomen, niet in de verdeling betrokken omdat deze kan worden beschouwd als een goed dat op bijzondere wijze is verknocht aan de vrouw. Tegen deze overweging richt zich de derde grief van de man. De man stelt dat [B.V.1] pas in 2002 is opgericht, terwijl de vrouw zich in 1997 heeft ingekocht bij [de maatschap]. De man heeft meegetekend voor de lening die daarvoor bij de bank is afgesloten, zodat ook hij dient mee te delen in het door [de maatschap] in 2010 aan [B.V.1] betaalde bedrag. Voorts stelt de man dat er geen noodzaak is geweest voor [B.V.1] de vrouw te ontslaan en – zo begrijpt het hof – dat er derhalve ook geen noodzaak was tot het aangaan van de lijfrenteovereenkomst. Volgens de man heeft de vrouw aangekondigd het van [de maatschap] in [B.V.1] ontvangen bedrag te zullen gebruiken voor de inkoop in een maatschap van Brabantse accountants c.q. fiscalisten. Van een noodzaak tot aanvulling van het inkomen is dan ook geen sprake, aldus de man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f2e49bb0c04cfe04af586cefd172ff99890fe6e24ec1f9ec03af80a79cb9922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f2e49bb0c04cfe04af586cefd172ff99890fe6e24ec1f9ec03af80a79cb9922, en de alinea staat in dat document op bytes 27642 tot 28828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f2e49bb0c04cfe04af586cefd172ff99890fe6e24ec1f9ec03af80a79cb9922 | shasum -a 256