Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 september 2012

Onder 3.5 Gerechtshof Amsterdam 18 september 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:2467.

om[geïntimeerde sub 2] in gebreke te stellen, waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, zoals bedoeld in art. 6:82 lid 1 BW. In de eerste plaats is uit de brieven niet duidelijk op te maken dat [appellante] meent dat [geïntimeerde sub 2] in gebreke is en dat zij[geïntimeerde sub 2] een termijn voor nakoming stelt. Bovendien kan de geboden termijn niet als een redelijke termijn worden aangemerkt, zoals ook de rechtbank heeft geoordeeld. Door [appellante] is niet gemotiveerd aangegeven dat en waarom de termijn van een week respectievelijk minder dan een dag, wél redelijke termijnen waren, waarbinnen[geïntimeerde sub 2] alle nog te verrichten werkzaamheden, inclusief herstel, kon afronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edb034aab2f196e6a0ae609cc9610b1ea1f5fc64e6686335d9c8d27777104bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edb034aab2f196e6a0ae609cc9610b1ea1f5fc64e6686335d9c8d27777104bc, en de alinea staat in dat document op bytes 19672 tot 20409.