Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2012

Alinea 91 Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2989.

4.2. Niet in geschil is dat in dit geval geen sprake is van een nieuw feit in vorenbedoelde zin. Verweerder is in het onderhavige geval dan ook uitsluitend bevoegd tot navordering, indien vast komt te staan dat sprake is van kwade trouw aan de zijde van eiser. Van kwade trouw is sprake indien eiser ten aanzien van het feit naar aanleiding waarvan verweerder een navorderingsaanslag heeft opgelegd - in dit geval het niet vermelden van de ontvangen afkoopsom in de aangifte - verweerder opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt (Hoge Raad 11 juni 1997, nr. 32236, BNB 1997/383). Onder opzet wordt mede begrepen voorwaardelijk opzet (Hoge Raad 14 juni 2000, nr. 35263, BNB 2000/299). Van voorwaardelijk opzet is sprake als eiser zich willens en weten heeft blootgesteld aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat hij verweerder de juiste inlichtingen heeft onthouden of de onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Op verweerder rust de last de gestelde kwade trouw te bewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/245ecdb578ade5ef9c2a6f3658efa13569a5634a2e5351877c52948ab7566454. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 245ecdb578ade5ef9c2a6f3658efa13569a5634a2e5351877c52948ab7566454, en de alinea staat in dat document op bytes 20402 tot 21470.