Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012

Alinea 31 Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3008.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat hij geen opzet heeft op het niet onverwijld melden van de aandelentransacties, als bedoeld in artikel 2a Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 (oud) (hierna: Wmz 1996). De verdachte heeft verklaard dat hij aan de getuige [getuige 1] (belast met financiële zaken) opdracht heeft gegeven om in de periode van juni 2003 tot maart 2004 aandelen van het beursgenoteerde fonds te kopen en te verkopen. [getuige 2] (de groepsjuriste) was verantwoordelijk voor de onverwijlde meldingen aan de AFM. De verdachte heeft zich in dat proces niet gemengd. Voorts heeft de verdachte verklaard van de meldingsverplichtingen voor bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen niet op de hoogte te zijn geweest. Ten slotte heeft de verdachte verklaard op geen enkele wijze de koers van het beursgenoteerde fonds te hebben willen manipuleren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bbb8a4a5c28bc52275bc13578e0c42ccb2808ee8b195e1a881f4e0a1740cf8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bbb8a4a5c28bc52275bc13578e0c42ccb2808ee8b195e1a881f4e0a1740cf8d, en de alinea staat in dat document op bytes 8693 tot 9640.