Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012

Alinea 40 Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3008.

De getuige [getuige 2] heeft verder verklaard dat zij als groepsjuriste verantwoordelijk was voor meldingen op grond van de Wmz 1996. Zij was de enige juriste en deed alles (RC-verklaring getuige [getuige 2]). Dat de getuige [getuige 2] geen kennis bezat over de relevante financiële toezichtwetgeving en in het bijzonder de Wmz 1996 volgt, naar het oordeel van het hof, uit haar eigen verklaring. Zo heeft de getuige [getuige 2] verklaard dat ze ervan overtuigd was dat de verdachte als privé persoon niet hoefde te melden. Dat heeft ze ook de AFM gemeld, wat volgt uit de brief van 18 juli 2003 van de getuige [getuige 2] aan de AFM (bijlage D-12). Naar het oordeel van het hof volgt hieruit een gebrek aan elke relevante kennis op het terrein van het financiële toezichtrecht. Met genoemde brief werden - overigens op niet voorgeschreven wijze - alsnog en ruim te laat de effectentransacties van juli en juli 2003 (de zogeheten 1e tranche, aldus de getuige [getuige 1], RC-verklaring getuige [getuige 1]), hetgeen het gebrek aan kennis van de wetgeving ook illustreert. De getuige [getuige 2] refereert in die brief aan de algemene bekendheid dat [NV] in handen was van de verdachte en dat er klaarblijkelijk regelgeving bestaat op grond waarvan ook de bestuurder verplicht tot melding. De getuige [getuige 2] was verder de mening toegedaan dat de verplichting tot het melden weinig toevoegt aan de transparantie van de beurs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bbb8a4a5c28bc52275bc13578e0c42ccb2808ee8b195e1a881f4e0a1740cf8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bbb8a4a5c28bc52275bc13578e0c42ccb2808ee8b195e1a881f4e0a1740cf8d, en de alinea staat in dat document op bytes 12613 tot 14058.