Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 maart 2012

Alinea 30 Gerechtshof Amsterdam 15 maart 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9873.

4.4. Verweerder (Hof: de inspecteur) stelt zich – kennelijk met het oog op het feit dat slechts voor het perceel dat onder de appartementen is gelegen overdrachtsbelasting is voldaan - op het standpunt dat geen sprake kan zijn van de vervaardiging van een onroerende zaak, omdat het deel van de supermarkt dat onder de appartementen is gelegen niet is gesloopt. Delen van de fundering en de zijmuren zijn immers blijven bestaan. De rechtbank volgt deze stelling niet, omdat dit onder de appartementen gelegen deel van de na de verbouwing ontstane winkelruimte geen zelfstandige onroerende zaak vormt, maar één geheel vormt met het deel van de winkelruimte dat onder de appartementen uitsteekt, welk deel - naar tussen partijen niet in geschil is - wel geheel is gesloopt en herbouwd. In de beoordeling van de vraag of sprake is van de vervaardiging van een onroerende zaak dient dan ook de gehele nieuw ontstane winkelruimte met bijbehorend terrein te worden betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25bd3da51d6fdf09566e681c8232b8be573ec9f30b59af6a931f6fac0d827aa3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25bd3da51d6fdf09566e681c8232b8be573ec9f30b59af6a931f6fac0d827aa3, en de alinea staat in dat document op bytes 12110 tot 13097.