Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 101 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.30 VAT c.s. hebben niet deugdelijk betwist dat de vier cerium-zirconiumproducten die bij VAT zijn aangetroffen en bemonsterd zijn en die aan NEO en ZAMR kunnen toebehoren, geheel of ten dele bestemd kunnen zijn voor BASF in Duitsland. Het lag ook in dit geval op hun weg gegevens over de bemonsterde producten te verstrekken, waaruit kan volgen dat de bestemming ervan niet BASF in Duitsland was, maar zij hebben dat niet gedaan. In het enkele feit dat de producten zich ten tijde van de monsterneming in het douane-entrepot van VAT bevonden en de transitstatus (douaneregeling T1) hadden – een feit waarop VAT c.s. wijzen, maar dat Rhodia betwist - , liggen geen zodanige gegevens besloten. Indien immers al juist is dat de producten ten tijde van de monsterneming geen bestemming binnen de Europese Unie hadden, wil dat nog niet zeggen dat ze op een later tijdstip die bestemming (bijv. een bestemming in Duitsland) niet alsnog kunnen krijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 47446 tot 48409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256