Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012

Alinea 113 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.

3.41 De opvatting van VAT c.s. komt erop neer dat de artikelen 1019 e.v. Rv wat Europese octrooien betreft, slechts ten dienste staan aan handhaving van zulke octrooien voor zover zij voor Nederland zijn verleend. Die opvatting kan echter niet worden onderschreven. Het feit dat een Europees octrooi geen voor de hele Europese Unie geldend octrooi is maar slechts een bundel vormt van nationale octrooien, en wel octrooien voor afzonderlijke landen waarvoor zij zijn verleend, dwingt niet tot die opvatting. Aan de territoriale fragmentering van het Europese octrooi ligt immers geenszins de bedoeling ten grondslag dat ondersteuning van de handhaving van zo een octrooi niet mag plaatsvinden in een land waarvoor dat octrooi niet is verleend. Integendeel strookt de uitleg die het hof aan artikel 1019 geeft, met de duidelijke strekking van de IE-Handhavingsrichtlijn. Anders dan VAT c.s. menen, valt aan artikel 49, eerste lid, Rijksoctrooiwet 1995 geen argument voor hun opvatting te ontlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 55272 tot 56281.