Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 128 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.56 VAT c.s. betogen dat indien wordt overwogen Rhodia’s vorderingen niet af te wijzen, eerst prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie dienen te worden gesteld en dat dit niet aan de hogere rechter mag worden overgelaten omdat toewijzing van de vorderingen onomkeerbare gevolgen heeft. Bij de pleidooien in hoger beroep hebben zij drie zodanige vragen geformuleerd. De eerste en derde van die vragen betreffen respectievelijk de uitleg van artikel 2, eerste lid, IE-Handhavingsrichtlijn en de verhouding tussen de Europese verordening inzake bewijsverkrijging en artikel 31 EEX-Verordening. De tweede van die vragen betreft de stelling van VAT c.s. dat toepassing van artikel 843a en 1019 e.v. Rv in deze zaak in strijd komt met het bepaalde in de artikelen 8, 16 en 17, eerste lid, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Blijkens het hoger overwogene is beantwoording van deze vragen in deze zaak niet nodig. Het gaat in deze zaak niet om de reikwijdte van de IE-Handhavingsrichtlijn. Artikel 31 EEX-Verordening wordt in deze zaak niet toegepast. Een conflict met het bepaalde in de genoemde artikelen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie komt in deze zaak niet in beeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 67974 tot 69221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256