Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 137 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.63 De partijen hebben het hof geen aandacht gevraagd voor de kwestie of voldaan is aan de voorwaarde die in de onder 2.7 genoemde beschikking van 29 juni 2011 is verbonden aan de daarbij vergunde voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijs, te weten dat de eis in de hoofdzaak in de zin van de artikelen 700, derde lid, en 1019i Rv binnen zes maanden na de eerste beslaglegging wordt ingesteld. Blijkens het eveneens onder 2.7 overwogene moet die “eerste beslaglegging” op 12 juli 2011 worden gedateerd. Het hof ziet ambtshalve geen aanleiding om anders te oordelen dan dat de onderhavige zaak (mede) als de “hoofdzaak” in de genoemde zin mag worden aangemerkt, zodat de monsterneming en het beslag niet alleen al door het verstrijken van zes maanden na 12 juli 2011 respectievelijk zijn vervallen en hun kracht hebben verloren in de zin van evengenoemde wetsbepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 72541 tot 73440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256