Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012

Alinea 26 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.

VAT c.s. hebben bij memorie geantwoord, zijn van hun kant in incidenteel hoger beroep gekomen en hebben daartoe zeven grieven (hierna met Romeinse cijfers genummerd) aangevoerd, bescheiden in het geding gebracht en geconcludeerd, zakelijk samengevat, dat het hof het principale appel zal verwerpen en op het incidentele appel alsnog zich onbevoegd zal verklaren ten aanzien van de conventionele vorderingen (tegen VAT c.s., althans tegen NEO en/of ZAMR), de proceskosten in de eerste aanleg in conventie aan de zijde van VAT c.s. zal begroten op € 264.152,58, met rente, en de feiten zal vaststellen zoals in de memorie opgegeven, met vernietiging van het vonnis in zoverre, en het vonnis in conventie en in reconventie voor het overige zal bekrachtigen, met beslissing over de kosten van het geding overeenkomstig artikel 1019h Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 6811 tot 7658.