Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 64 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
Uit het feit dat de vordering tot opheffing van het bewijsbeslag (en ongedaanmaking van de monsterneming) wordt toegewezen, volgt dat de vorderingen van Rhodia dienen te worden afgewezen. Nu de gestelde inbreuk onvoldoende toegelicht is, is immers tevens onvoldoende aannemelijk dat er tussen Rhodia en VAT c.s. de door Rhodia gestelde rechtsverhouding uit onrechtmatige daad bestaat, zodat aan het vereiste van artikel 843a, eerste lid, Rv. op het punt van “een rechtsbetrekking” niet is voldaan (rov. 5.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 20311 tot 20837.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256