Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 74 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.9 De incidentele grief II, die opkomt tegen het oordeel van de eerste rechter dat hem rechtsmacht toekomt inzake de vorderingen in conventie, is niet gegrond wat betreft de vorderingen (1), (2) en (4). VAT heeft haar “woonplaats” in Nederland, dus is zij terecht opgeroepen voor een gerecht van Nederland, nu bovendien niets in de EEX-Verordening aan de toepassing van artikel 2, eerste lid, van die verordening in de weg staat. Hetgeen VAT c.s. aanvoeren ten betoge dat het anders is, is ontoereikend. In het bijzonder kunnen de door hen ingeroepen “conflicten met fundamentele beginselen en rechten” in elk geval niet afdoen aan de rechtsmacht van de gerechten van de lidstaat op wiens grondgebied de gedaagde woonplaats heeft (of zulke conflicten in de weg staan aan toewijzing van de vorderingen van Rhodia, zal bij de bespreking van de incidentele grief IV worden onderzocht). Dit zo zijnde kan de vraag of de Nederlandse kort-gedingrechter in deze zaak ook aan artikel 31 EEX-Verordening rechtsmacht kan ontlenen, onbeantwoord blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 25949 tot 27013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256