Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 79 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.13 VAT c.s. betogen met hun incidentele grief IV - die mede is toegelicht in een gedeelte van hoofdstuk C van hun memorie - dat de vorderingen van Rhodia reeds hadden moeten zijn afgewezen op wat zij noemen de “principiële” grond dat die vorderingen conflicteren met het territorialiteitsbeginsel in het intellectuele-eigendomsrecht, met het vrije verkeer van waren en diensten in de Europese Unie en met fundamentele rechten en vrijheden van VAT c.s., met name de vrijheid van ondernemerschap, het recht op privacy en het recht op eigendom. Zij vinden dat de eerste rechter door zijn afwijzing niet op die grond maar op “een inhoudelijke bespreking van de vorderingen” te baseren ten onrechte het pad heeft geëffend voor het gebruik van handhavingsstrategieën die met Rhodia’s “buitensporige” strategie vergelijkbaar zijn en daarmee voor toekomstige verdere inbreuken op voornoemde fundamentele beginselen en rechten. VAT c.s. betogen dus dat de vorderingen van Rhodia alleen al omdat zij strekken tot het verkrijgen van toegang tot genomen monsters en tot in conservatoir bewijsbeslag genomen kopieën van fysieke en digitale bescheiden, zonder onderzoek van de (verdere) merites van die vorderingen dienen te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 30608 tot 31870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256