Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Alinea 84 Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100.
3.16 VAT c.s. miskennen dat een kort geding als het onderhavige zich niet leent voor een feitelijk onderzoek zoals zij hier aan de orde stellen. Het hof moet voorts constateren dat VAT c.s., tegenover de deugdelijke betwisting die Rhodia naar voren heeft gebracht, niet aannemelijk hebben kunnen maken dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat één of meer van de door Rhodia ingeroepen octrooien in een eventuele nietigheidsprocedure geen stand zullen houden. Niet is gesteld dat in één van de landen waar die octrooien zijn geregistreerd, een procedure aanhangig is waarin de geldigheid van de octrooien waarover het gaat, wordt onderzocht. Evenals de eerste rechter neemt het hof dan ook in dit kort geding de geldigheid van de octrooien in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tot uitgangspunt. De grief loopt hierop vast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 34817 tot 35697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5533f5df5c5ed6c4fbff7314bbb708193417079c70823ba94878e03d4e7c62 | shasum -a 256