Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012

Alinea 165 Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8036.

3.21.1. Zoals reeds overwogen onder 3.8.2, dient blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 8:73 Awb zo veel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. De inspecteur heeft daarom terecht het standpunt ingenomen dat bij de beoordeling van de vraag of aanleiding bestaat voor vergoeding van vertragingsschade/ renteschade, aansluiting moet worden gezocht bij de in artikel 6:119 BW opgenomen regeling voor vergoeding van wettelijke rente. Wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment waarop de vordering tot schadevergoeding opeisbaar is geworden. Met zijn standpunt dat deze vordering in casu nog niet opeisbaar is, miskent de inspecteur echter het voorschrift van artikel 6:83, aanhef en onderdeel b, BW. Uit die bepaling volgt dat een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad terstond opeisbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ffbdaee8e9a0be621cce00ad3919f94f769e554835fb0db7c4793c3256e653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ffbdaee8e9a0be621cce00ad3919f94f769e554835fb0db7c4793c3256e653, en de alinea staat in dat document op bytes 55294 tot 56169.