Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012

Alinea 97 Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8036.

3.8.2. Ter zake van de vraag welk deel van het onder 3.7 vermelde bedrag voor vergoeding in aanmerking komt, neemt het Hof voorts in aanmerking dat blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 8:73 Awb zo veel mogelijk aansluiting moet worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Nu, zoals hiervoor overwogen, de onrechtmatigheid van de bestreden besluiten en de schuld van het bestuursorgaan zijn gegeven, staan alleen nog de causaliteit, relativiteit en de vast te stellen omvang van de schade ter discussie. Daarbij heeft te gelden dat van de wegens onrechtmatige daad te vergoeden schade de kosten van juridische bijstand deel kunnen uitmaken, indien zowel het inroepen van die bijstand als de kosten daarvan redelijk zijn (zie onder meer HR 17 november 1989, NJ 1990/746 en FED 1990/448 (Velsen/De Waard)). Dat het inroepen van rechtsbijstand in de onderhavige zes bezwaarprocedures redelijk was, heeft het Hof reeds geoordeeld in zijn uitspraken van 28 februari 2005.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ffbdaee8e9a0be621cce00ad3919f94f769e554835fb0db7c4793c3256e653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ffbdaee8e9a0be621cce00ad3919f94f769e554835fb0db7c4793c3256e653, en de alinea staat in dat document op bytes 31535 tot 32538.