Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012

Alinea 122 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.

4.2.1. Belanghebbende heeft gesteld dat zij op de voet van de Letter of Intent in totaal f 1.325.000 (€ 465.125) aan [R] heeft geleend en dat zij die vennootschap, los van de in de Letter of Intent genoemde bedragen, nog op 27 april 2001 een lening heeft verstrekt ad f 75.000 die op 14 mei 2001 is afgelost, en voorts op 31 mei 2001 een lening ten bedrage van f 425.000 (€ 192.856). Naar haar zeggen is in de periode tot en met 31 juli 2001 (alleen) van die laatste lening een deel, groot f 355.742 (€ 161.429), afgelost. Anders dan in 2.5 onder de feiten in de uitspraak van de rechtbank is vermeld, ziet het deel van de geclaimde afwaardering boven f 1.325.000 (dus f 65.210 ofwel € 29.591) volgens belanghebbende op (een deel van) de nog verschuldigde hoofdsom van de lening ad f 425.000 en dus niet op rente over de lening ad f 1.325.000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 37826 tot 38691.