Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Alinea 124 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.
4.2.2. De inspecteur heeft betwist dat de vordering van belanghebbende op [R] ultimo 2001 groter was dan f 923.850 (€ 419.225). Hij heeft zich in het 10-dagenstuk nader op het standpunt gesteld dat de lening van f 1.025.000 is afgelost tot afgerond f 923.850 (€ 419.225), hetgeen betekent dat voor een bedrag van f 101.150 (€ 45.900) feitelijk geen verlies zou zijn geleden en dat het verlies ter zake van die lening maximaal f 923.850 (€ 419.225) bedraagt. Volgens hem is op grond van de Letter of Intent slechts f 1.025.000 aan [R] ter leen verstrekt. Het bedrag van f 300.000 (€ 136.134) is, aldus de inspecteur, niet door belanghebbende aan [R] ter beschikking gesteld. Dit bedrag was bestemd voor [Q], ter financiering van de aankoop van de aandelen [S] en het is ook als zodanig aan de betrokken notaris overgemaakt. Wat er vervolgens met de f 300.000 is gebeurd, heeft belanghebbende niet kunnen zeggen, aldus de inspecteur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 39010 tot 39965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd | shasum -a 256