Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Alinea 130 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.
4.4.2. Wat betreft het door belanghebbende op 14 maart 2001 bij de notaris gestorte bedrag van f 300.000 dat was bestemd voor de verwerving van de aandelen [S], is het Hof van oordeel dat niet is gebleken dat dit is geleend aan [R]. Blijkens de Letter of Intent zou de lening aan [Q] worden verstrekt; in zoverre was derhalve ook niet voorzien in een lening aan [R]. Belanghebbende heeft haar stelling dat dit bedrag niettemin, uiteindelijk, bij [R] terecht is gekomen, op geen enkele wijze met (schriftelijk) bewijs kunnen staven. Zo heeft zij desgevraagd ter zitting verklaard niet te kunnen zeggen wat de notaris met deze gelden heeft gedaan. De omstandigheid dat, naar blijkt uit het in 2.15 vermelde onderzoeksrapport, aan [R] in september 2001, over de periode februari tot en met augustus 2001, 6,5% rente in rekening is gebracht, en door [R] ook is betaald, over een bedrag van f 1.325.000, heeft in dit verband onvoldoende overtuigingskracht, mede nu volgens hetzelfde onderzoeksrapport de concept jaarcijfers 2001 van [R] uitgaan van een per 31 december 2001 bestaande schuld aan belanghebbende van f 1.025.000.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 41868 tot 43003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd | shasum -a 256