Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Alinea 161 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.
4.9.1. Bezien in het licht van de hiervoor onder 4.8 vermelde omstandigheden is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat zij met het aangaan van de lening een debiteurenrisico heeft aanvaard dat door een onafhankelijke derde onder de gegeven omstandigheden eveneens zou zijn aanvaard. Daarvan uitgaande heeft het op de weg van belanghebbende gelegen om overtuigend aan te tonen dat de rentevergoeding op een zodanig percentage kon worden gesteld als nodig zou zijn om, bij overigens gelijkblijvende voorwaarden (ceteris paribus) en in overeenstemming met het ‘at arm’s length’ beginsel, een onafhankelijke derde bereid te vinden de lening te verstrekken, zonder dat alsdan een rechtsverhouding zou ontstaan waarin die aangepaste rente als in wezen winstdelend zou moeten worden aangemerkt. Naar het oordeel van het Hof is belanghebbende niet erin geslaagd aannemelijk te maken, laat staan dat zij daarvan heeft doen blijken, dat de voorwaarden van de lening met inachtneming van de hiervoor bedoelde voorwaarden konden worden aangepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 66268 tot 67349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd | shasum -a 256