Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012

Alinea 162 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.

4.9.2. Gelet hierop is het Hof van oordeel dat het aanvaarden van het debiteurenrisico door belanghebbende slechts is te verklaren uit de omstandigheid dat ten tijde van de beslissing tot het verstrekken van deze geldlening tevens was overeengekomen dat zij (middellijk) aandeelhouder zou worden in [R]. Hierbij acht het Hof het in het bijzonder van belang dat [R] een jonge vennootschap zonder track record was, dat de te financieren ondernemingsactiviteit een relatief hoog risicoprofiel had, dat die activiteit in zekere mate afhankelijk was van het bestaan van de STE-vergunning van [S] (welke vennootschap weliswaar aan [R] gelieerd kan worden geacht doch op welker bedrijfsvoering [R] als zodanig geen invloed had), dat geen zekerheden zijn bedongen, dat de activiteiten van [R] in extreme mate met vreemd vermogen werden gefinancierd, dat de lening (rechtens dan wel in feite) bij die van [E] was achtergesteld en dat de vergoeding van rente in wezen afhankelijk was van de door [R] te realiseren winst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 67369 tot 68393.