Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Alinea 169 Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8788.
4.10.4. Dat belanghebbende niet heeft gehandeld in haar hoedanigheid van aandeelhouder van [R] acht het Hof evenmin overtuigend aangetoond. Dat ook [C] zich tot hetzelfde bedrag en onder dezelfde voorwaarden jegens [H] Bank borg heeft gesteld, noopt niet tot een ander oordeel. [C] zou immers ingevolge de Participatie-overeenkomst en de Letter of Intent op korte termijn ook aandeelhouder van [Q], en daarmee indirect van [R], worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd, en de alinea staat in dat document op bytes 73327 tot 73776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa79aedc8326791a0035a9e5dc13197efdad436e300d698c00ad81ac3d735acd | shasum -a 256