Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0488.

4.8 Gelet op het voorgaande kan VEB in deze procedure ook opkomen voor de belangen van degenen die aandelen in SdB in hun bezit hebben gehad, maar deze ten tijde van het instellen van de procedure al hadden verkocht. De vergelijking die SdB trekt met het arrest van de Hoge Raad inzake Vie d’Or (HR 13 oktober 2006, NJ 2008, 527) gaat daarbij niet op. In die zaak ging het om de vraag of een stichting op de voet van art. 3:305a BW ook kon opkomen voor belangen van andere polishouders dan van degenen die, naar het hof had vastgesteld, uitdrukkelijk en nauwkeurig in de statuten waren omschreven als degenen wier belangen door de stichting werden behartigd. De Hoge Raad beantwoordde die vraag ontkennend. Een dergelijke situatie doet zich in dit geval echter niet voor: zoals hiervoor is overwogen, kunnen ook degenen die aandelen in SdB hebben gehad, maar deze inmiddels hebben verkocht, als effectenbezitters worden beschouwd, op de behartiging van wier belangen VEB zich richt. Van een in de statuten specifiek omschreven groep personen, waar de onderhavige beleggers buiten vallen, is geen sprake. De grieven 1 en 2 falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf348352c0ad17b6505f40cf73a2fafc1f4e6e2dd9ea1a4dcffd3d17fdbc1f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf348352c0ad17b6505f40cf73a2fafc1f4e6e2dd9ea1a4dcffd3d17fdbc1f05, en de alinea staat in dat document op bytes 17143 tot 18295.