Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2012

Alinea 175 Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1532.

4.1.8. Voor zover belanghebbende bedoeld heeft te stellen dat voor het bepalen van de voortvarendheid van het handelen van de inspecteur meetelt de periode dat de Duitse belastingautoriteiten over de Mitteilungen beschikten, is die opvatting onjuist. Immers de rechtsoverwegingen 2.1.1 en 2.1.2 (in het hiervoor onder 4.1.2 geciteerde arrest) in onderlinge samenhang gelezen - houden in dat het ‘tijdsverloop’ in ieder geval niet eerder aanvangt dan ‘na het opkomen van de bedoelde aanwijzingen’ bij ‘een lidstaat’, zijnde in casu de Nederlandse autoriteiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d561c71dfefd92d0ccc3f7dfbd9196685daa790c34c89f52f971f85a08e56bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d561c71dfefd92d0ccc3f7dfbd9196685daa790c34c89f52f971f85a08e56bda, en de alinea staat in dat document op bytes 33944 tot 34529.