Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 mei 2012

Alinea 63 Gerechtshof Amsterdam 15 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 mei 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2159.

3.17 Het hof merkt allereerst op dat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen biedt voor de stelling dat een geul, be-stemd voor de afwatering, in de nabijheid van de Krommeniedijk tot de Crommenije liep. De stukken en in het bijzonder de fo-to’s bieden wel grond om te oordelen dat zich op het perceel van [ Geïntimeerden ] aan de zijde van de Crommenije een zoda-nig diepe geul bevond dat daarin oppervlaktewater stond of stroomde. Daarmee is echter niet gezegd dat die geul ter plek-ke een functie vervulde in de afwatering van het perceel van [ Appellanten ] Dat wordt niet anders doordat op foto’s te zien is dat een of meer afwateringsbuizen ter plekke in de geul uitmondden. Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt immers dat aangenomen moet worden dat een en ander zich geheel op het perceel van [ Geïntimeerden ] afspeelde. Dat de buizen een functie hebben gehad in de afwatering van het perceel van [ Appellanten ] is onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Met de rechtbank ziet het hof verder niet in waarom van [ Appellanten ] niet verlangd zou kunnen worden dat zij op hun eigen terrein voor afdoende afwatering zorg dragen, desnodig door het (doen) graven van een geul in de richting van de Crommenije op per-ceel C17, en waarom op [ Geïntimeerden ] de verplichting zou rusten om voor de afwatering van het buurperceel zorg te dra-gen. Gesteld noch gebleken is dat [ Appellanten ] niet of slechts relevant bezwaarlijker dan [ Geïntimeerden ] over hun eigen perceel kunnen afwateren. Zoals [ Appellanten ] zelf stellen, volgt uit de door hen overgelegde verklaring van de heer [ W ] dat alle percelen ter plekke waterlopen vanaf de Krommeniedijk naar de Crommenije hebben. Waarom dat niet voor het perceel van [ Appellanten ] zou kunnen of hoeven gelden is niet duidelijk gemaakt. Onvoldoende gemotiveerd gesteld is daarmee dat sprake is van onrechtmatigheid als bedoeld in ar-tikel 5:39 BW. Dat water vanaf het perceel van [ Geïntimeerden ] over het perceel van [ Appellanten ] stroomt omdat dat per-ceel bij de bouw van de woning zou zijn opgehoogd, is ook on-voldoende onderbouwd, in het licht van de betwisting daarvan door [ Geïntimeerden ] en de niet gemotiveerd bestreden stel-ling van [ Geïntimeerden ] dat zij een afwateringssysteem, be-staande uit drainage en een mechanische afwatering, hebben la-ten aanleggen bij de bouw van hun woning met garage. Dat [ Ap-pellant sub 1 ] toen hij het perceel C18 (deels) huurde van de Hervormde Kerk daarop een afwateringgeul onderhield maakt voorgaande niet anders. De grieven III tot en met V falen dus ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e453bc6f918f04b0d6dc7903e3e09f66d18a884ea0b8db7882fdeef2bc92e8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e453bc6f918f04b0d6dc7903e3e09f66d18a884ea0b8db7882fdeef2bc92e8d, en de alinea staat in dat document op bytes 22277 tot 24877.