Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.

Het hof is van oordeel dat niet is bewezen dat de verdachte het geweld dat het fatale letsel heeft veroorzaakt, samen met de medeverdachte [medeverdachte] heeft toegepast. Het hof gaat er immers vanuit dat het fatale letsel in het derde en vierde geweldsmoment is toegebracht en niet is komen vast te staan dat [medeverdachte] feitelijk heeft meegedaan aan dit geweld. Uit de verklaring van [getuige 2] blijkt juist dat, nadat [slachtoffer] op de grond viel, ook [medeverdachte] zei dat [verdachte] [slachtoffer] met rust moest laten. Het hof is van oordeel dat [medeverdachte] zich nog voldoende heeft gedistantieerd, ondanks het gezamenlijk optreden tevoren en de volgende ochtend, zodat geen sprake is van medeplegen van doodslag. Het hof acht het hierbij van belang dat het slachtoffer na het tweede geweldsmoment weer is opgestaan en heeft gepraat. Daarna is door de verdachte fors geweld toegepast tegen het hoofd van het slachtoffer, waarna het slachtoffer niet meer is opgestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 53496 tot 54496.