Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Alinea 47 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.

Vanaf mijn positie kon ik het slachtoffer niet zien toen hij op grond lag. De beweging die ik net voordeed heb ik de verdachte die in de zittingszaal aanwezig is (het hof begrijpt hier en hierna: de verdachte [verdachte]) zien maken, maar ik kon het slachtoffer dus niet zien. Mijn zicht werd geblokkeerd door de leuning van de bank. Ik heb aangenomen dat de beweging die ik de verdachte die in de zittingszaal aanwezig is zag maken naar het slachtoffer gericht was. Deze verdachte stond eerder opeens op nadat hij weer was gaan drinken en gaf het slachtoffer een klap met zijn vuist. Ik weet daarom zeker dat ook de beweging die ik net voordeed naar het slachtoffer gericht was. Dat kan niet anders. Aan de beweging die ik deze verdachte zag maken, kon ik afleiden dat hij zijn voet gebruikte dit keer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 20024 tot 20841.