Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.

Ter terechtzitting van 9 maart 2012 heeft de deskundige arts-patholoog [arts-patholoog] verklaard dat postmortale veranderingen zeer onderhevig zijn aan verschillende factoren, waardoor er geen definitief tijdsinterval is te geven van de postmortale tijd. De door de lijkschouwer en haar aangegeven tijdsintervallen van de postmortale tijd zijn slechts een schatting van wat mogelijk is. De bevindingen in de literatuur omtrent postmortale veranderingen verschillen van elkaar. Vandaar dat er in haar rapporten een klein verschil zit. Het zijn en blijven schattingen. De omgevingstemperatuur is een factor die van invloed kan zijn op postmortale veranderingen. Een postmortale tijd van 2 tot 3 dagen komt bij de bevindingen zoals waargenomen bij de sectie op het lichaam in deze zaak het meest voor. Er zou dan ook gezegd kunnen worden dat zij in haar voorlopig sectierapport ook een marge van 2 tot 3 dagen aan had moeten geven. [arts-patholoog] verklaart verder dat zij een schatting heeft gegeven van de postmortale tijd zonder rekening te houden met externe factoren. De omstandigheden van het geval moeten hierin ingepast worden. Als je temperatuurbepalingen meeneemt kun je tot een betere schatting komen van de postmortale tijd. De bevindingen van de deskundige [lijkschouwer] sluiten haar bevindingen niet uit en omgekeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 25689 tot 27034.