Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Alinea 69 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.

Allereerst voert de raadsman daartoe aan dat er onvoldoende bewijs voorhanden is dat de verdachte de ten laste gelegde geweldshandelingen heeft verricht, in elk geval voor zover dit betreft het schoppen tegen het hoofd van [slachtoffer]. [getuige 2] is immers de enige die hieromtrent verklaart en op de betrouwbaarheid van zijn verklaring is het nodige af te dingen. Daarbij verklaart [getuige 2] ter terechtzitting van 26 januari 2012 dat hij aannam dat [slachtoffer] in het gezicht werd getrapt, maar dat hij het slachtoffer vanuit zijn positie niet goed kon zien. Verder hebben de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] bij hun vertrek uit de [adres] in de ochtend van 2 januari 2010 alleen een kapotte lip en een schram op het gezicht geconstateerd. Dit gegeven lijkt niet te passen bij de beschreven geweldshandelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 32664 tot 33499.