Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Alinea 75 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.
Daarnaast is de raadsman van oordeel dat het wonddateringsonderzoek een rol kan spelen bij het vaststellen van het vermoedelijke tijdstip van overlijden. Uit het wonddateringsonderzoek komt naar voren dat het slachtoffer letsel heeft dat is ontstaan 4 tot 6 uren en 6 tot 12 uren voor het overlijden van het slachtoffer. Dit beeld past volgens de raadsman niet in de vergelijking waaruit volgt dat tussen het door de getuigen beschreven geweld op 1 januari 2010 en het tijdstip van overlijden (tenminste) achtenveertig uur moet zijn verstreken. Aan de hand van deze bevindingen kan de dood van [slachtoffer] volgens de raadsman niet het gevolg zijn van het gevecht op 1 januari 2010. De raadsman is daarnaast van mening dat ook het tactisch onderzoek deze conclusie ondersteunt. Zo heeft de buurvrouw [buurvrouw 3] zowel bij de politie als ter terechtzitting van 9 maart 2012 verklaard dat zij zeker weet dat zij het slachtoffer op 3 januari 2010 buiten op straat heeft horen schreeuwen. Dit zou betekenen dat [slachtoffer] toen nog in leven moet zijn geweest. Deze verklaring zou bovendien niet op zichzelf staan, daar de overige buurtbewoners ook verklaren over vechtpartijen in de periode tussen 1 en 4 januari 2010.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 36338 tot 37570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52 | shasum -a 256