Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Alinea 80 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.
Met de verdediging neemt het hof aan dat [getuige 1] op 4 januari 2010 voor het eerst aan de deur is geweest bij de buren van [adres] om te vertellen dat er een lijk in het pand aan de [adres] lag. Dat [getuige 1] op 4 januari 2010 voor het eerst heeft gemeld dat [slachtoffer] dood was, sluit echter geenszins uit dat [slachtoffer] niet al op een eerder tijdstip is overleden. Op grond van de getuigenverklaringen stelt het hof vast dat [slachtoffer] is overleden tussen het moment dat [getuige 1] het pand aan de [adres] heeft verlaten op 2 januari 2010 na 11:30 uur en het moment dat [getuige 1] bij de buren van [adres] langs is geweest op 4 januari 2010 omstreeks 09:00 uur. Uit de verklaring van [getuige 2] in samenhang bezien met de aanhouding van [verdachte] in de Albert Heijn, kan immers worden geconcludeerd dat [getuige 1] het pand op 2 januari 2010 na 11.30 uur heeft verlaten en dat [slachtoffer] op dat moment nog in leven was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 38809 tot 39765.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52 | shasum -a 256