Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Alinea 98 Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5608.
Gelet op de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] is daarnaast komen vast te staan dat [slachtoffer] na het derde geweldsmoment op de grond terecht is gekomen en is blijven liggen. Zowel [getuige 1] als [getuige 2] verklaren dat [slachtoffer] nog steeds op de grond lag toen zij het pand verlieten in de ochtend van 2 januari 2010. Uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat [slachtoffer] wellicht een klein stukje is versleept, maar hij lag nog steeds in de achterkamer. Uit die verklaringen blijkt verder dat [slachtoffer] nog is toegedekt. [slachtoffer] heeft die ochtend alleen nog zwaar geademd en gesnurkt, hetgeen volgens de deskundige [neuropatholoog] kan optreden in het proces van geleidelijke verstoring van het bewustzijn bij toenemende druk bij de hersenstam. [getuige 1] verklaart dat hij [slachtoffer] nog steeds op de grond zag liggen toen hij hem dood aantrof en ook getuige [buurvrouw 1] heeft het lichaam van [slachtoffer] op 4 januari 2010 toegedekt en liggend in de achterkamer aangetroffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52, en de alinea staat in dat document op bytes 51114 tot 52148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151d3e952972575b27eb844e89579742e073e463302229d23f8c7309ca4eca52 | shasum -a 256