Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 september 2012
Alinea 83 Gerechtshof Amsterdam 25 september 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8201.
Hoewel op grond van artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar voldoende bewijs kan vormen van ten laste gelegde feiten, zal het hof deze bijzondere bewijskracht niet toekennen aan het proces-verbaal van [verbalisant] met betrekking tot de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Hij heeft het door hem gerelateerde immers niet waargenomen als objectieve verbalisant, maar mede als slachtoffer van de door hem ervaren dreigingen. De fysieke en psychische effecten die van die dreigingen en de voorafgaande achtervolging met hoge snelheid van de verdachten door [verbalisant] het gevolg kunnen zijn geweest, kunnen zeer wel leiden tot objectief beschouwd foute of vertekende waarnemingen en/of herinneringen als hiervoor aan de orde zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcf97c11202ce92f752670f1b50832a4e94f78c498622540a863a37a4b5c253. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcf97c11202ce92f752670f1b50832a4e94f78c498622540a863a37a4b5c253, en de alinea staat in dat document op bytes 28010 tot 28830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebcf97c11202ce92f752670f1b50832a4e94f78c498622540a863a37a4b5c253 | shasum -a 256