Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012

Alinea 44 Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5608.

2.6. Gezien de aard en inhoud van de onderhavige incidentele vorderingen, in het bijzonder die welke strekt tot aanpassing van de memorie van grieven, is het hof – anders dan FortisEffect c.s. voorts betogen – van oordeel dat daarop eerst en vooraf dient te worden beslist in de zin van art. 209 Rv en niet pas bij gelegenheid van een uitspraak in de hoofdzaak. Immers, als thans niet in het incident wordt beslist, zullen de Staat c.s. in de hoofdzaak hebben te reageren op de memorie van grieven zoals door FortisEffect c.s. ingediend, wat zij nu juist door middel van hun onderhavige incidentele vorderingen willen voorkomen. Anders geformuleerd: indien niet eerst en vooraf in het incident wordt beslist, worden de desbetreffende vorderingen (zeker die tot schoning van de memorie van grieven) zinledig – immers door de feiten achterhaald - en wordt spreekwoordelijk het paard achter de wagen gespannen. Het hof acht het zojuist aangegeven belang van de Staat c.s. zwaarwegender dan dat van FortisEffect c.s. bij aanstonds doorprocederen. De in verband hiermee ontstane vertra-ging van het geding acht het hof bovendien niet onredelijk. Dat de Staat c.s. in de hoofdzaak nog mogen antwoorden, waarvan het hof zojuist uitging, zal hierna – 3.2 – nader aan de orde komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7a866ac2e75ea55b8275aad3a13a96a882a124446320c2a4b8a92079c497827. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7a866ac2e75ea55b8275aad3a13a96a882a124446320c2a4b8a92079c497827, en de alinea staat in dat document op bytes 14336 tot 15633.