Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012

Alinea 46 Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5608.

2.8. Het hof laat thans in het midden of in deze zaak sprake is van strijd met art. 30 WPE 2008. Ook indien geoordeeld moet worden dat FortisEffect c.s. op vordering van de Commissie De Wit afgelegde verklaringen als bewijs heeft gebruikt in de zin van art. 30 WPE 2008, is het immers aan de rechter in de hoofdzaak om daaraan al dan niet consequenties te verbinden. Bovendien is in het recht geen steun of aanknopingspunt te vinden voor de gedachte dat de rechter bevoegd is een procespartij instructies te geven over de inhoud van haar processtukken. Reeds op die gronden zal de vordering tot schoning van de memorie van grieven, als onder 1.3 weergegeven, worden afgewezen, terwijl deze vordering bovendien te algemeen en te onbepaald is en (controle op) de naleving daarvan praktisch onmogelijk is. De gevorderde verklaring voor recht stuit erop af dat, indien geoordeeld zou worden dat FortisEffect c.s. op vordering van de Commissie De Wit afgelegde verklaringen als bewijs heeft gebruikt in de zin van art. 30 WPE 2008, daarmee nog niet geoordeeld kan worden dat “de memorie van grieven” in strijd is met art. 30 WPE 2008 althans met “het recht”. Genoemd wetsartikel behelst immers niets meer dan dat dergelijke verklaringen niet als bewijs mogen worden gebruikt. Afgezien daarvan is ook deze vordering overigens te algemeen en te onbepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7a866ac2e75ea55b8275aad3a13a96a882a124446320c2a4b8a92079c497827. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7a866ac2e75ea55b8275aad3a13a96a882a124446320c2a4b8a92079c497827, en de alinea staat in dat document op bytes 15915 tot 17285.