Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012

Alinea 175 Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5611.

3.7 De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Het onderzoek is bevolen “met inachtneming van hetgeen in deze beschikking [van 28 april 2010] is overwogen”. In de beschikking is onder meer overwogen dat de Ondernemingskamer, zoals reeds in haar beschikking van 30 oktober 2009 was verwoord, is “gestuit op een aantal onderwerpen die klemmende vragen oproepen omtrent de juistheid van het beleid” (3.4 aanhef). Die klemmende vragen zijn vervolgens toegelicht (3.4 sub a tot en met c) waarna is overwogen (3.5) dat deze gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid van de Vennootschap vormen. Vervolgens is het onderzoek “als door [Holding I] en Inversiones verzocht”, bevolen. Het verzoek van Holding I was niet beperkt tot een aantal specifieke onderwerpen of vragen en het gelaste onderzoek was dat evenmin. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de omvang van het onderzoek is beperkt tot de in de beschikking van 28 april 2010 uitdrukkelijk genoemde onderwerpen. Het onderhavige onderzoek diende weliswaar in het bijzonder de drie ‘klemmende vragen’ te omvatten, doch mocht overigens alle onderwerpen betreffen die de onderzoeker voor de beoordeling van het beleid en de gang van zaken van de Vennootschap van belang achtte. Het is ook overigens aan de onderzoeker om aan het onderzoek vorm en inhoud te geven en bij de uitvoering daarvan staat het hem vrij om naar eigen inzicht te handelen. Op grond van het voorgaande kan niet worden gezegd dat de onderzoeker zijn opdracht, door het onderzoek in te vullen zoals hij deed, te ruim heeft opgevat. Dat daardoor wellicht meer en andere gronden voor het constateren van mogelijk wanbeleid aan het licht zijn gekomen, is inherent aan het instituut van de enquête: het onderzoek heeft immers mede ten doel dat opening van zaken wordt gegeven en verkregen zodat voorheen ondoorzichtige omstandigheden worden verhelderd. Reeds dit gegeven brengt mee dat de mogelijkheid bestaat dat meer, nieuwe en/of andere feiten worden geconstateerd en vastgesteld dan ten tijde van het gelasten van het onderzoek (bij een of meer van de betrokken partijen en/of bij de Ondernemingskamer) bekend waren. Ook de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid kan ertoe nopen dat dergelijke nieuwe feiten worden aangeroerd en onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52d779fb5133fd73df6dd178b64377e4af33afbc82d942a82410ecd327d77cb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52d779fb5133fd73df6dd178b64377e4af33afbc82d942a82410ecd327d77cb5, en de alinea staat in dat document op bytes 62291 tot 64647.