Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012

Alinea 239 Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5611.

3.27 De Ondernemingskamer rekent het bestuur van de Vennootschap in dit verband tevens aan dat het zich er bepaald onvoldoende van bewust is geweest dat het risico van een - onaanvaardbare - belangenvermenging acuut was geworden. Aangenomen moet worden dat de onderscheiden bestuurders ieder een eigen belang (inclusief dat van ‘zijn’/’haar’ aandeelhouder) hebben gehad om zich niet in de kwestie van de verkoop van het Invernostra-belang te mengen en zich afzijdig te houden. Ten onrechte heeft het bestuur daarom, toen bekend werd dat Invernostra haar gehele 7%-belang aan Inversiones wenste te verkopen, niet getracht om de 50/50 verhouding tussen de joint venture partners/aandeelhouders van de Vennootschap te (doen) herstellen en heeft het voorts zelfs nagelaten om de andere, niet bij de voorgenomen overdracht betrokken joint venture partner/aandeelhouder (Holding I) daarvan op de hoogte te stellen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de bestuurders hiervan een ernstig verwijt gemaakt moet worden. Zij hebben de kwestie immers bewust niet geadresseerd maar van zich afgehouden en ervoor gekozen de voor hen beschikbare informatie omtrent de (ver)koop tussen Inversiones en Invernostra niet met Holding I te delen, die daardoor - minst genomen - in een informatieachterstand raakte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52d779fb5133fd73df6dd178b64377e4af33afbc82d942a82410ecd327d77cb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52d779fb5133fd73df6dd178b64377e4af33afbc82d942a82410ecd327d77cb5, en de alinea staat in dat document op bytes 107861 tot 109179.