Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 december 2012
Alinea 40 Gerechtshof Amsterdam 14 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6521.
In oktober 2004 had de verdachte bij een kliniek een afspraak gemaakt om hun zoons te laten besnijden. [naam moeder] heeft in haar aangifte (dossier pagina 5 e.v.) verklaard dat zij daar toen op tegen was omdat zij daarmee wilde wachten tot de kinderen tenminste twaalf jaar zouden zijn en daarover ook zelf een mening konden hebben. Zij heeft bij brief de betrokken kliniek verboden de besnijdenis uit te voeren. Nadien is er een gesprek gevolgd op het Marokkaanse consulaat waarbij volgens [naam moeder] onder meer dit standpunt van [naam moeder] uitdrukkelijk aan de orde is geweest. De verdachte heeft –ook ter terechtzitting in hoger beroep- bevestigd dat hij vanaf het gesprek op het consulaat wist dat [naam moeder], de moeder van de kinderen, er zo over dacht en niet instemde met besnijdenis op jonge leeftijd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de opvoeding van hun zoons zijns insziens –los van de juridische vraag naar het wettig gezag- een taak is die door beide ouders dient te worden gedragen en dat ouders gelijk aan elkaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4843720f72e572e3913fb61a614a72f6b6400b33c9f31bc86fd0db7b565668a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4843720f72e572e3913fb61a614a72f6b6400b33c9f31bc86fd0db7b565668a7, en de alinea staat in dat document op bytes 15595 tot 16691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4843720f72e572e3913fb61a614a72f6b6400b33c9f31bc86fd0db7b565668a7 | shasum -a 256