Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012
Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7700.
3.9 Het voorgaande brengt mee dat [ appellante ] bij behande-ling van grief 1 geen belang heeft. Grief 2 faalt. Of Westzaan c.s. wel of geen kennis droegen van een concreet definitief bouwplan van [ appellante ] is niet relevant voor de vraag wat [ appellante ] mocht verwachten. Met name rustte op Westzaan c.s. niet de plicht om, kennis hebbende van een concreet plan, zelf te bepalen of te onderzoeken of de keur aan realisering daarvan in de weg kon staan. Dat is niet anders waar zij on-derdeel uitmaakte van het Polder Overleg, waarin ook de ge-meente Zaandam maar niet het hoogheemraadschap deelnam. Boven-staande uitleg van de koopovereenkomst levert geen garantie of een gerechtvaardigde verwachting als door [ appellante ] ge-steld op zodat, grieven 3, 4, 5, 6 en 7 falen, althans [ ap-pellante ] bij de verdere bespreking daarvan geen belang heeft. Anders dan onder grief 8 wordt betoogd heeft [ appel-lante ] wel kunnen zien dat haar perceel aan openbaar water gelegen was en mitsdien kunnen begrijpen dat de keur daarvoor van belang was. Grief 9 faalt eveneens op grond van hetgeen hierboven werd overwogen. Daaraan doet het bepaalde in artikel 13 van het bij de verkoopbrochure gevoegde bestemmingsplan niet af. Westzaan c.s. is niet verantwoordelijk voor de toet-sing van het bouwplan door B&W aan het bestemmingsplan. Dat wordt niet anders omdat het voorhanden hebben van een niet ge-schorste bouwvergunning voorwaarde is voor levering van het perceel. Dat de overeenkomst het perceel aanmerkt als bouw-rijp, betekent niet dat elke vorm van bebouwing daarop is toe-gestaan, noch dat Westzaan c.s. dat hebben gegarandeerd of [ appellante ] dat mocht verwachten. Grief 10 die hierop naar eigen stelling voortbouwt, faalt daarom eveneens. Zoals uit het hiervoor overwogene volgt, is het oordeel van de rechtbank dat slechts in een zone van zeven meter uit de perceelgrens niet gebouwd mag worden, juist. De daaropvolgende zone mag im-mers wel bebouwd worden, zij het dat in die zone verdergaande bouwbeperkingen uit de keur volgen dan in de daaropvolgende (derde) zone. Grief 11 stuit daarop af. Het hof gaat daarbij uit van de juistheid van de, in het bijzijn van vertegenwoor-digers van het hoogheemraadschap besproken en onvoldoende ge-motiveerd weersproken, hierboven afgebeelde dwarsdoorsnedete-kening. Grief 12 heeft geen belang. Of op grond van reguliere bouwvoorwaarden beperkingen aan bouwmogelijkheden worden ge-steld is niet relevant voor het onderhavige geschil. Ook grief 13 faalt, zoals hierboven al werd overwogen. Het gevolg hier-van is dat ook grief 14 faalt. Het bewijsaanbod is niet rele-vant, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8900a9d30ee1178f8f7fdebb0f7d9f8f2120f53f342feaaccd53d338b46fc2ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8900a9d30ee1178f8f7fdebb0f7d9f8f2120f53f342feaaccd53d338b46fc2ac, en de alinea staat in dat document op bytes 31056 tot 33740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8900a9d30ee1178f8f7fdebb0f7d9f8f2120f53f342feaaccd53d338b46fc2ac | shasum -a 256