Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012

Alinea 92 Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7700.

3.1 In grief 1 betoogt [ appellante ] dat de totale lengte van het bedrijfsgebouw, na de toekomstige uitbreiding waarmee in het bouwplan al rekening werd gehouden, 98,7 meter zou bedra-gen op een perceel met een lengte van in totaal 108,05 meter. [ appellante ] stelt in grief 2 dat Westzaan c.s. wel bekend was met haar bouwplan en Westzaan c.s. zelf een uitgebreide procedure in het leven hebben geroepen waarbij het bouwplan werd getoetst in het kader van de koopovereenkomst. Daaraan gekoppeld heeft de rechtbank volgens grief 3 ten onrechte overwogen dat voor een garantie van belang zou zijn dat West-zaan c.s. bekend was welk bouwplan [ appellante ] voor ogen stond. Verder heeft de rechtbank ten onrechte, aldus grief 4, geoordeeld dat geen garantie was gegeven. De rechtbank heeft miskend dat de koopovereenkomst is gesloten naar aanleiding van een volledig uitgewerkt bouwplan dat is getoetst, aldus grief 5. Grief 6 richt zich andermaal tegen het oordeel van de rechtbank dat geen garantie is gegeven door Westzaan c.s. ter-wijl volgens grief 7 de rechtbank niet had mogen oordelen dat [ appellante ] niet mocht verwachten dat zij het door haar be-oogde bouwplan op het gekochte perceel kon realiseren. Onder grief 8 klaagt [ appellante ] erover dat de rechtbank heeft overwogen dat zij zelf had moeten zien dat het perceel dicht bij de dijk lag en had moeten realiseren dat de beoogde bouw de dijk zou kunnen bedreigen. Daaraan volgend werpt [ appel-lante ] in grief 9 op dat de rechtbank ten onrechte op haar een onderzoekplicht legde en in grief 10 dat [ appellante ] niet mocht verwachten dat zij op deze bouwrijpe grond mocht bouwen. In grief 11 voert [ appellante ] aan dat de door de rechtbank genoemde zone van 7 meter uit de erfgrens (aan de kanaalzijde) niet relevant is, gezien de beschermingszone. De rechtbank heeft verder, zo luidt grief 12, ten onrechte meege-wogen dat ook reguliere bouwvoorwaarden beperkingen stellen aan bouwplannen. Ook heeft de rechtbank, volgens grief 13, de beperkingen uit de keur ten onrechte niet aangemerkt als een bijzondere last of beperking in de zin van artikel 7:15 BW. Ten slotte is foutief geoordeeld dat Westzaan c.s. niet zijn tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, aldus grief 14.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8900a9d30ee1178f8f7fdebb0f7d9f8f2120f53f342feaaccd53d338b46fc2ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8900a9d30ee1178f8f7fdebb0f7d9f8f2120f53f342feaaccd53d338b46fc2ac, en de alinea staat in dat document op bytes 19660 tot 21935.