Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012

Alinea 60 Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 december 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7709.

3.6 Aldus resteert de vraag of [ appellante ] de bevoegdheid heeft om op grond van lastgeving zonder volmacht de rechtsvordering van de boedel op eigen naam in te stellen. Bij een dergelijke middellijke vertegenwoordiging waarin wordt geprocedeerd op grond van lastgeving maar in eigen naam, behoeft de lasthebber niet in de dagvaarding te vermelden dat hij optreedt voor de belangen van de derde (HR 3 mei 1991, NJ 1992, 229, LJN ZC0231). Echter, nu [ appellante ] is geconfronteerd met het verweer van CAV dat [ appellante ] niet de werkelijke crediteur is en CAV de bevoegdheid van [ appellante ] betwist, zal [ appellante ] moeten stellen en bewijzen dat zij op grond van een lastgevingsovereenkomst met de curator, bevoegd is de vordering van de boedel op eigen naam te incasseren. De enkele door [ appellante ] overgelegde correspondentie met de curator, zoals onder 2.2.12 en 2.2.13 aangehaald, daterend uit de eerste helft van het jaar 2010, is daartoe onvoldoende, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting van CAV ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dec2f8196a5e957f86dcddfda646b18d7eb8260d2e7828f7e7a5ce1866f0c662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dec2f8196a5e957f86dcddfda646b18d7eb8260d2e7828f7e7a5ce1866f0c662, en de alinea staat in dat document op bytes 20060 tot 21114.