Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2012

Alinea 41 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2012

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ0439.

3.6 Onder het voor 1 augustus 2003 geldende huurrecht was de onderhavige materie geregeld in artikel 7A:1632a BW. Daarvan afwijkende bedingen waren nietig, zij het dat alleen de huurder zich op die nietigheid kon beroepen. Het inroepen van de nietigheid was niet aan een termijn gebonden. In de parlementaire geschiedenis van het nieuwe huurrecht is geen enkele aanwijzing te vinden dat met de vervanging van de (eenzijdig inroepbare) nietigheid door vernietigbaarheid is beoogd de positie van de huurder te verzwakken. Bij aanvaarding van het door [appellante] ingenomen standpunt wordt die positie echter ernstig verzwakt, omdat dat standpunt, impliceert dat een van het dwingende huurrecht afwijkend beding onaantastbaar wordt als de huurder vanaf de contractssluiting drie jaar blijft stilzitten. Het afwijkende beding zou vervolgens geldig zijn gedurende de volledige resterende looptijd van het huurcon¬tract. Die consequentie valt niet goed te rijmen met het beschermings¬karakter van het dwingende huurrecht voor midden¬standbedrijfsruimten, uitgedrukt in lid 1 van artikel 7:291 BW: “Van de bepalingen van deze afdeling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken”. Dit klemt temeer nu artikel 7:303 lid 1 sub a BW veelal eerst na verloop van vele jaren relevant wordt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db69978d26d4c40eeec502ccd69a2836687fcefabdd5ab0d7b90c76e711be543. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db69978d26d4c40eeec502ccd69a2836687fcefabdd5ab0d7b90c76e711be543, en de alinea staat in dat document op bytes 16532 tot 17838.