Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2013

Onder 6. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2013

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1621.

Het standpunt van[appellant] dat die kosten in casu moeten worden bepaald op het bedrag van de door hem met Van Dort overeengekomen vergoeding van 15%, omdat het redelijk is dat hij destijds met Van Dort een no-cure-no-pay-afspraak heeft gemaakt met een dergelijke vergoeding, verwerpt het hof. Ook als de keuze van[appellant] om een dergelijke afspraak te maken redelijk was, gezien de financiële en gezinsomstandigheden waarin hij verkeerde, brengt dat niet mee dat de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte in beginsel gesteld moeten worden op het in die afspraak opgenomen honorarium. Immers voor de hoogte van dat honorarium en voor de verschuldigdheid daarvan door[appellant] zijn de in de onderhavige zaak te verwachten buitengerechtelijke werkzaamheden niet maatgevend (geweest). Omdat Van Dort geen kosten of honorarium aan[appellant] in rekening kan brengen indien zijn buitengerechtelijke werkzaamheden geen resultaat opleveren en het honorarium op 15% is bepaald, indien die werkzaamheden wél resultaat opleveren, ongeacht de omvang van die werkzaamheden, moet worden aangenomen dat in de hoogte van het honorarium is verdisconteerd de kans dat Van Dort in voorkomende gevallen geen honorarium kan innen alsmede de kans dat een honorarium wordt geïnd dat - in verhouding tot de door hem verrichte werkzaamheden – te hoog of te laag is. Indien een dergelijk honorarium in de onderhavige zaak als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking zou komen, zou het Ziekenhuis, gezien het aantal uren van de door Van Dort verrichte werkzaamheden en het uurtarief, een hogere vergoeding moeten betalen dan die in redelijke verhouding staat met de werkelijke kosten van de buitengerechtelijke werkzaamheden van Van Dort. Daarvoor biedt artikel 6:96, lid 2, sub b en c BW geen grondslag. Voor zover het door Van Dort aan[appellant] in rekening gebrachte bedrag aan honorarium niet in redelijke verhouding staat met de werkelijke kosten van de buitengerechtelijke werkzaamheden, is het redelijk dat dat bedrag ten laste van[appellant] blijft.[appellant] is dat bedrag aan Van Dort verschuldigd geworden als gevolg van de door hem met het oog op zijn financiële situatie genomen beslissing de no-cure-no-pay-overeenkomst te sluiten. De door[appellant] gestelde feiten zijn onvoldoende om te concluderen dat hij door handelen of nalaten van het Ziekenhuis in een situatie is komen te verkeren dat voor hem feitelijk geen andere mogelijkheid openstond dan de no-cure-no-pay-overeenkomst te sluiten. De rechtbank heeft daarom bij de beoordeling van de vraag welke kosten wegens buitengerechtelijke werkzaamheden redelijk zijn, terecht niet de no-cure-no-pay-afspraak tot uitgangspunt genomen, maar het aantal door Van Dort voor[appellant] gewerkte uren, de aard van de verrichte werkzaamheden en het gehanteerde uurtarief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/502ede7e79f55bb7f65c62b112d547c6152fa0502d054fa6712ae6ff97a68385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 502ede7e79f55bb7f65c62b112d547c6152fa0502d054fa6712ae6ff97a68385, en de alinea staat in dat document op bytes 14039 tot 16956.